Menu

Geschiedenis Nieuw-Dijk

Het territorium van het huidige Nieuw-Dijk bestond tot 1720 bijna geheel uit eiken- en beukenbossen. Toen de bevolking ging toenemen verdween er steeds meer bos doordat de mensen eenvoudig  de bomen gingen kappen en een stukje grond in eigen bezit namen waarop ze dan hun hutten bouwden. Ten oosten van de Holthuizensestraat stond maar één boerderij en wel de Geulenkamp.  Ten westen van de Bosstraat stonden voor 1720 al een aantal boerderijen waaronder de Klauwes Hofstee.

Het kadastrale plan 1830

Prehistorie
Bij het rooien van de bossen rond 1900 en het in cultuur brengen van de heide vonden de boeren van Nieuw-Dijk vele zogenaamde donderbeitels. Het waren stenen vuistbijlen en hamers van zo’n 2000 jaar voor Christus. Een koopman uit Didam maakte er een handeltje van. Hij kocht ze op van de boeren en leverde ze aan het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden en daarna aan het Museum Kam in Nijmegen. De talrijke vondsten wijzen er op, dat de zandgronden in de omgeving van het tegenwoordige Nieuw-Dijk in de steentijd werden bewoond.

In 1957 vonden enkele Nieuw-dijkse jongens bij het graven van een sloot stenen krabbertjes en afvalstukken vuursteen. Ze leverden uiteindelijk het bewijs dat er in de omgeving van de Koningsweg op de grens tussen Nieuw-Dijk en Beek omstreeks 2500 jaar voor Christus een nederzetting is geweest.

Tekening van bijlen

De parochie Dijk                                                                                                                               

Rond 1900 konden de mensen uit alle buurtschappen alleen in Didam terecht om naar de kerk te gaan.  In die tijd werden Loil en Dijk nieuwe parochies en in beide buurtschappen werd gelijktijdig een kerk gebouwd.

In 1909 waren de plannen klaar voor een nieuwe parochie Dijk en de bouw van een eigen kerk. Aan de Smallestraat bezat Toon Raben een stuk grond die hij besloot te schenken aan de nieuwe parochie. Het bouwterrein aan de Smallestraat was per 1 mei 1910 beschikbaar en daarmee konden de werkzaamheden beginnen. Wel moest er ongeveer 4000 kub zand door de parochianen met paard en wagen over zeer drassige wegen worden aangevoerd.

Op 27 september 1910 werd de eerste steen van de St. Antoniuskerk gelegd.

Kaart Zevenaar / Dijk 1910

 

Op 28 mei 1911 werd het kerkgebouw door Pastoor Reuvekamp uit Didam ingezegend.

R.k. Kerk en Pastorie Dijk Didam

De parochie Dijk kreeg in 1911 een populaire volksheilige tot patroon: Antonius van Padua (1195-1231). De wereld kent en vereert hem als de grote wonderdoener.  De in Lissabon geboren prediker toonde bij zijn optreden vooral gevoel voor de noden van het gewone volk.

De buurtschap Nieuw-Dijk                                                                                                            

Kort nadat in 1920 de parochie Dijk als de zelfstandige buurtschap Nieuw-Dijk aan de reeds bestaande Didamse buurtschappen was toegevoegd, volgde de oprichting van de belangrijkste verenigingen. Er kwam een voetbalclub, een muziekvereniging en een schutterij.  Deze drie zijn de pijlers gebleven van het Nieuw-Dijkse gemeenschapsleven. Ook onderling waren zij elkaar steeds tot steun en gezamenlijk hebben zij in de loop der jaren de zorg gedragen voor tal van evenementen. Initiatieven vanuit deze verenigingen hebben weer geleid tot het ontstaan van andere instellingen. Met recht kunnen zij daarom “de grote drie” worden genoemd.

De kern van Nieuw-Dijk  in 1951

De Diekse school

Op 6 november 1916 kon de Diekse school in gebruik genomen met aan het hoofd meester de Ponti.

Midden jaren twintig veranderde de naam in Antoniusschool. In 1935 werd daar rooms-katholiek aan toegevoegd.

In 1968 werd de “nieuwe St. Antoniusschool ” in gebruik genomen

Wegen en verkeer                                                                                                                               

Rond 1835 kende het gebied dat nu Nieuw-Dijk heet zo'n 95 huizen. Daarvan stonden er 28 tussen de Landeweer en de tegenwoordige Bijvankweg. Vandaar tot aan de Koningsweg en de Beekseweg waren het er 42. Vanaf de Beekseweg tot op het Friesland stonden ongeveer 25 huizen (de spoorlijn lag er nog niet). Rond 1910 was het totale aantal woningen verdubbeld. In 1947 telde Nieuw-Dijk 255 huizen.

In 1890 waren er geen wegen van betekenis in Nieuw-Dijk, laat staan motorvoertuigen!

De wegen waren slecht begaanbaar, erg modderig en met veel kuilen. Doordat de verbindingen slecht waren, waren de mensen op hun naaste buren aangewezen. De zogenaamde burenplicht was algemeen. Hierdoor ontstond een hechte band tussen de buren. Daarentegen hadden de bewoners van de ene hoek van Nieuw-Dijk weinig contact met de bewoners van de andere hoek van de parochie.

De voertuigen waar de mensen zich mee moesten behelpen waren vooral de hondekarren en daarnaast de kruiwagen. Later kwamen er paard en wagen bij die diepe karresporen veroorzaakten in de modderwegen.

Petroleumventer Theodorus van Vuuren baggert in 1934 met zijn wagen over de Ravenstraat 

Theed Cornellissen met de hondekar

Met de bouw van de kerk in 1910 werd de Smallestraat het middelpunt van Nieuw-Dijk.
De eerste fiets werd omstreeks 1905 gesignaleerd en rond 1920 werden de eerste auto’s
bewonderd. Deze werden  vooral door de dienstverlenenden gebruikt.
Toen er meer auto’s kwamen werden de voornaamste wegen geleidelijk aan verhard.

De kern van Nieuw-Dijk rond 1962

De kern van Nieuw-Dijk in 2008

Meer informatie over de geschiedenis van Nieuw-Dijk vind u op de website van de Oudheidkundige Vereniging Didam.

[Bron: oude website nieuw-dijk.nl, oudheidkundige vereniging NOG NAVRAAG DOEN???]