Menu

Ontstaan parochie en verenigingen

Hier komt een algemeen verhaal over het rijke verenigingsleven van nieuwdijk

en diverse links naar verenigingen (filter) bij groepen en organisaties

Parochie Heilige Antonius van Padua 

Omstreeks 1900 was de voormalige gemeente Didam een uitgestrekt gebied, waarvan het dorp Didam het centrum was. Daar stond ook de enige Rooms Katholieke kerk die was toegewijd aan Sint Martinus. Er was dus maar één kerkparochie in de gehele gemeente Didam. Omdat het aantal parochianen alsmaar groeide, werd de kerk te klein en zocht men naar een passende oplossing. Aanvankelijk dacht het kerkbestuur van de Martinusparochie onder leiding van pastoor C.J.A. Otten het probleem te kunnen oplossen door het bouwen van een grote kathedraal. Maar de bisschop van Utrecht gaf daarvoor geen toestemming en adviseerde om twee nieuwe parochies te stichtten; één in Dijk en één in Loil. Zo geschiedde en het had dus geen haar gescheeld of de parochie H. Antonius van Padua zou nooit hebben bestaan.

Het ontstaan van de parochie Dijk

Op 12 november 1908 overleed pastoor Otten en hij werd opgevolgd door pastoor G.H. Reuvekamp. Deze loyale en krachtige persoonlijkheid voerde de wensen van het bisdom uit. De beide nieuwe kerkparochies kregen van de moederparochie elk fl. 30.000,00; gedurende vijf jaar ontving de Loilse pastoor fl. 100,00 per jaar voor levensonderhoud en de Dijkse pastoor fl. 200,00.

De bezittingen van het armbestuur deelde pastoor Reuvekamp in drie porties. De moederparochie ontving bezittingen met een getaxeerde waarde van fl. 23.465,50, de nieuwe parochies in Dijk fl. 14.329,80 en Loil  fl. 9.091,70. De Dijkse parochie telde het grootste aantal armlastigen onder de toekomstige parochianen.

Bouw en kerkconsecratie

Op 2 maart 1910 werd officieel toestemming gegeven door het aartsbisdom om het plan voor de bouw van twee kerken uit te voeren. Nog in dezelfde maand dienden de bouwpastoors Inden (Loil) en Bonekamp (Dijk) een gezamenlijk verzoek in bij B&W van de gemeente Didam tot het bouwen van twee kerken met pastorieën, één aan de Wehlseweg en de ander aan de Smallestraat. De vergunning werd op 2 april 1910 verleend. Na de aanbesteding werd de bouw uiteindelijk onderhands gegund aan aannemer H.J.A. Etmans uit Utrecht. Hij diende beide kerken overeenkomstig tekeningen en bestek van architect Rietbergen uit Utrecht te bouwen.

Aanvankelijk zou de kerk gebouwd worden aan de Beekseweg; de enige verharde weg op dat moment (hoek Beekseweg- Bosstraat) binnen Dijk. Door een grondschenking van Toon Raben werd de plaats echter bepaald aan de Smallestraat.

Op 27 september 1910 kon de eerste steen van de Sint Antoniuskerk in Dijk worden gelegd en op 28 mei 1911 vond de inzegening plaats door Deken Reuvekamp.

Bij schrijven van 26 mei 1911 werd door bisschop Henricus van de Wetering bekrachtigd dat in Dijk een parochie zou worden opgericht onder bescherming van de Heilige Antonius van Padua. De nieuwe parochie zou onderdeel gaan uitmaken van het dekenaat Doesburg.

Dit besluit werd op zondag 28 mei 1911 - dus op de dag van de inzegening - van de preekstoel voorgelezen en trad op 4 juni 1911 in werking. Vanaf deze datum is de oprichting van de Antoniusparochie een feit.

De kerkconsecratie vond op 5 oktober 1911 plaats en werd verricht door monseigneur Henricus van de Wetering, aartsbisschop van Utrecht.

Opmerkelijk was dat de eerste steen van de Loilse kerk al op 24 mei 1910 werd gelegd en de kerk na slechts 174 werkdagen al klaar was. De kerkconsecratie in Loil vond plaats op 14 november 1910. Het is dus duidelijk dat de Loilse kerk eerder werd gebouwd dan de Dijkse. 

Uitbreiding en renovatie

Na bijna een kwart eeuw bleek dat de kerk te klein was geworden. In 1935 werden de eerste plannen voor de uitbreiding door architect Hardeman uit Oldenzaal uitgewerkt. In 1936 werd met de uitbreiding begonnen en op 11 maart 1937 was deze gereed. Omdat de aanbesteding onder de begroting was gebleven, werd ook een centrale verwarming aangelegd. Tijdens de verbouwing werd het schuttersgebouw gebruikt als noodkerk.

Een noodzakelijk renovatie van het kerkdak vond in 1991 plaats. Deze werd voorzien van duurzame leien met een levensduur van minimaal zeventig jaren. Het werk werd gefaseerd uitgevoerd en in 1993 was firma Koenders uit Neede klaar. Toen bleek dat ook de kerktoren aan vernieuwing toe was. Enkele parochianen waren vervolgens bereid om deze klus op vrijwillige basis uit te gaan voeren. Nadat de toren van het dak was gehaald, werden op de begane grond de noodzakelijke handelingen verricht. In december 1993 stond de toren weer op de kerk.  De kosten van de renovatie kerkdak waren fl. 480.000,00 deze werden grotendeels door de provincie en de gemeente Didam gedragen.

Enkele ontwikkelingen binnen de parochie

Van wijk en straatnummering

In 1862 werd de (voormalige) gemeente Didam ingedeeld in vijf wijken en wel als volgt:

A = Dorp

B = Dijk

C = Greffelkamp

D = Loil

E = Holthuizen

In die tijd bestond een groot deel nog uit bos en een bekend, maar ook berucht, gebied was de Diemse Hei’. Alle wegen binnen Dijk waren onverhard, met uitzondering van de Beekseweg die Didam met Bergh verbond. Dat was een grindweg met tolheffing. De mensen leefden van de eigen producten van het land en slachtten regelmatig een varken uit hun veestapel. Vaak bakte men zelf brood in bakhuisjes die meestal vrij van de boerderij stonden of sporadisch ook in kleine veldoventjes. Hier en daar waren enkele kleine buurtwinkeltjes aanwezig. De mensen overbrugden de meeste afstanden te voet en voornamelijk op klompen.

Bij raadsbesluit 28 september 1920 werd bepaald dat per 1 januari 1921 de beide kerkdorpen Loil en Dijk in het bevolkingsregister een eigen wijk kregen die gelijk was aan de grenzen van de beide kerkparochies.

Kerkdorp Loil werd wijk D en kerkdorp Dijk werd wijk F onder de nieuw gekozen naam Nieuw-Dijk. Het voorstel van B & W was om de wijk F ’ of ‘Den Bosch’ te noemen. Vanaf 1921 hadden dus alle huizen in het kerkdorp Nieuw-Dijk als het adres het wijknummer F en een huisnummer. 

Bij raadsbesluit 10 december 1956 werd de bestaande huisnummering volgens wijken vervangen door een huisnummering per straat. Deze nieuwe huisnummering ging in op 1 januari 1957.

Het kerkdorp

Met de bouw van een kerk kwam er ook behoefte aan (meer) winkels en natuurlijk ook een dorpskroeg naast de kerk. Josef Brandts (gehuwd met Mient Looman) bouwde daarom naast de kerk - gelijktijdig met de bouw van de kerk - een woning annex bierkamer, winkel en bakkerij. De Smallestraat werd in de loop van de jaren steeds meer het dorpscentrum. Uiteindelijk kan gesteld worden dat het kerkdorp toch pas na 1950 aanmerkelijk is uitgebreid.

De aanleg van de Twenteroute in het midden van de zeventiger jaren van de vorige eeuw had grote gevolgen voor de buurtschappen en de homogeniteit van de bevolking.

Een eigen school

Vanaf het begin van de oprichting van de nieuwe parochie Dijk was er in het kerkdorp ook behoefte aan een school voor lager onderwijs. Uiteindelijk kon pas in 1916 een vierklassige school voor openbaar onderwijs worden geopend en moesten de Diekse kinderen tot die tijd in het dorp Didam naar school. Meester Theodorus Hubertus de Ponti werd als het nieuwe schoolhoofd aangesteld. Al vrij snel werd de school te klein en vond er in 1917 een uitbreiding met twee lokalen plaats.

Bij de lager onderwijswet van 1920 werd het bijzonder onderwijs gelijk gesteld met het openbaar onderwijs. Pas in 1935 kreeg de openbare school het predikaat R.K. bijzondere school en werd Sint Antonius als beschermheilige gekozen.

Na enige jaren kwam er ook behoefte aan een kleuterschool. In 1950 werd een parochiehuis gebouwd waarin de kleuterschool - toen fröbelschool genoemd - werd ondergebracht.

Animator en stuwende kracht meester De Ponti

Elk kerkdorp in opbouw heeft een persoon nodig die krachten mobiliseert, ideeën ontwikkelt, en leiding en sturing geeft aan sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen in de moeilijke beginfase. Zonder anderen te kort te willen doen, was dit zeker het geval met meester De Ponti. Zijn markante persoonlijkheid en grote inzet binnen de Nieuw-Dijkse gemeenschap zijn tegenwoordig nog op vele fronten zichtbaar.

Theodorus Hubertus de Ponti werd geboren op 17 december 1884 te Oirlo in de gemeente Venray. Hij overleed op 27 januari 1976 in het bejaardencentrum van Didam. Hij werd wel eens de burgemeester van Nieuw-Dijk genoemd. Hij dankte zijn betekenis en invloed niet aan zijn positie van schoolhoofd, maar aan zijn verdiensten voor de parochie. Toen De Ponti eenmaal in Nieuw-Dijk woonde, wierp hij zich op als een ombudsman en liep hij zich het vuur uit de sloffen om misstanden te bestrijden. Hij was een echte Diekse in hart en nieren. Zijn schoolhoofdenwoning aan de Smallestraat was het adres waar in de loop der jaren honderden Nieuw-Dijkse ingezetenen aanklopten als ze in moeilijkheden zaten in zaken als belastingen, uitkeringen, sociale bijstand, vrijstelling militaire dienstplicht en kostwinnersvergoeding. Hij schroomde niet om het recht tot in Den Haag te gaan halen. Ook organiseerde hij Sinterklaas en Koninginnefeesten voor de jeugd. Tevens was hij dirigent van het kerkkoor en was hij de stuwende kracht bij de afdeling van de R.K. Staatspartij, later bekend als K.V.P. Bij vele verenigingen stond hij aan de wieg van het ontstaan. Voor al zijn verdiensten kreeg hij een pauselijke onderscheiding en de gouden eremedaille van de gemeente Didam.

Jubilerende verenigingen

Als het kerkdorp Nieuw-Dijk in 2011 honderd jaar bestaat zijn er drie dorpsbepalende verenigingen die een jubileum te vieren hebben. Dit zijn:

Fanfare D.E.S. bestaat 90 jaar;

Schutterij Sint Antonius bestaat 90 jaar;

Voetbalvereniging Sprinkhanen bestaat 75 jaar.

Een korte terugblik naar het ontstaan van deze drie verenigingen.

Fanfare ( D.E.S.) Door Eendracht Sterk, opgericht 31 mei 1921    

Initiatiefnemer tot de oprichting van de Nieuw-Dijkse fanfare was de toen 20 jarige Mart Welling. Samen met zijn buurman Toon Bosman vond hij een aantal anderen bereid om een muziekvereniging op te richten. Welling ging naar pastoor Bijlard om eens te horen wat die van het voornemen vond. Deze bleek weinig ingenomen te zijn met het idee, maar hij gaf wel te kennen de stichting van een muziekvereniging niet te zullen tegenwerken. En zo kwamen de gegadigden bij elkaar in café Sloot aan de Smallestraat om de fanfare op te richten. Het eerste dagelijks bestuur bestond uit Theed Wiendels (voorzitter), Mart Welling (secretaris) en Willem Raben (penningmeester)

Schutterij Sint Antonius, opgericht 19 juni 1921

Na de oprichting van een muziekvereniging in mei 1921 volgde korte tijd later de oprichting van de R.K. schutterij St. Antonius’ . De grote initiatiefnemer hierbij was meester De Ponti, die zelf geen zitting wilde nemen in het bestuur. Hij was de grote drijvende kracht in de beginjaren maar noemde zichzelf maar administrateur. In werkelijkheid beheerde hij zowel de administratie als de financiën. Ook geestelijk adviseur pastoor Bijlard drukte een belangrijke stempel op de beginjaren van de schutterij. Het eerste dagelijks bestuur bestond uit Bart van Kempen (voorzitter), Willem Wiendels (secretaris) en Gerrit Sloot (penningmeester). Het eerste schuttersfeest werd gevierd op zondag 18 en maandag 19 september 1921. Het feest werd gehouden aan de Smallestraat in het weiland van Boerstal, alwaar een gehuurde tent was opgezet.

Voetbalvereniging Sprinkhanen, opgericht 26 april 1936

Voetballen deed men in 'den Diek' al vanaf 1918 en dat gebeurde wel in elke buurt. Na een paar jaar besloten enkele van die buurt groepjes samen een voetbalvereniging op te gaan richten. Met medewerking van meester De Ponti en pastoor Bijlard werd de eerste officiële Dijkse voetbalclub N.D.V. (vermoedelijk Nieuw-Dijkse Voetbalvereniging) op 5 juni 1921 opgericht. Toen men in 1922 aan de voetbalcompetitie wilde gaan deelnemen, moest de naam veranderd worden. Dat werd N.D.C. (Nieuw-Dijkse Club) en onder deze naam speelde men – met veel ups en downs - tot 26 januari 1936. Een paar maanden later - op 26 april 1936 - werd de nieuwe voetbalvereniging Sprinkhanen opgericht.  
Het eerste dagelijks bestuur bestond uit Toon Raben (voorzitter), Nol Tinneveld (secretaris) en Theed Menting (penningmeester).

[Bron: Oudheidkundige Vereniging Didam, Jan Beursken]